Moeder der Rotterdamse schilders
De voorafgaande post ging over een tentoonstelling van kunst en nijverheid, vervaardigd door vrouwen, die in juni 1878 in Leeuwarden plaatsvindt.[1] Sommige van de aldaar exposerende vrouwen zijn dan reeds bekende kunstenaars. Anderen zijn dat nog niet, maar gaan later wel naam voor zichzelf maken. Een van hen is Jacoba de Graaff (1857-1940) uit Rotterdam. De Graaff zal van grote betekenis blijken voor de Rotterdamse kunstwereld. Op haar begrafenis in 1940 noemt de Rotterdamse kunstenaar Marius Richters haar niet voor niets moeder der Rotterdamse schilders. Daaraan gaat uiteraard een lange loopbaan vooraf die begint met de tentoonstelling in Leeuwarden in 1878 waar De Graaff samen met haar zus Hendrika exposeert.
Uit Rotterdam
Op de tentoonstelling in 1878 pronken kunstwerken van gevestigde kunstenaressen naast producten van jonge onbekenden. Eerder schreef ik bijvoorbeeld een post over de ingekleurde foto’s van een vrouw uit Rotterdam, die inzendt onder de naam J. Allan. Ook zijn er tekeningen van “Hendrika de Graaf” en “Jacoba A. de Graaf”, beide eveneens uit Rotterdam. Het gaat om de dochters van een hoedenwinkelier en -fabrikant, genaamd Jacobus de Graaff, en huisvrouw Antonia Alida Bikkers.

Hendrika wordt geboren op 29 september 1855.[2] Twee jaar later komt Jacoba Antonia ter wereld, op 28 september 1857.[3] Dat betekent dat Hendrika ten tijde van de tentoonstelling in Leeuwarden 22 jaar oud is, Jacoba 20.
Vooral de tekeningen van Jacoba vallen bij recensenten in de smaak. Een van hen somt een aantal “hoogst verdienstelijke teekeningen” op:
Wij bepalen ons tot de verwijzing naar nos. 32, 40, 133 en 266 in vak 4, en tot nos. 56, 47, 13, 130 en 127 in vak 3.
– Leeuwarder courant (12 juli 1878), p. 10 via Delpher
Onder de genoemde nummers bevindt zich bijvoorbeeld ook een tekening van de nog jonge beeldhouwster Georgine Schwartze (nr. 127) en van ervarener schilderes Sara Sartorius (nr. 40). Nummer 47 is een van twee inzendingen van Jacoba. Het werk van de jonge kunstenares valt kennelijk op tussen de grote hoeveelheid aan tekenwerk.
The Secular Chronicle

De aandacht voor De Graaffs inzending krijgt bovendien een staartje. Een journalist van het Britse maandblad The Secular Chronicle noemt namelijk de bijdrage van Jacoba aan “an exhibition held in Holland, for women only”. Gezien de omschrijving moet het hier wel gaan om de tentoonstelling in Leeuwarden. Daarvan zegt de journalist echter ook dat het “a competitive exhibition” is, waar De Graaff, “a young lady of 17 years of age” de hoogste onderscheiding heeft binnengesleept:
Miss Jacoba de Graaff a young lady of 17 years of age has just carried off the highest prize in art at a competitive exhibition held in Holland, “for women only.” The lady’s elder sister had already disinguished herself in linguistics and obtained an educational degree which would enable her under Government sanction to open a public school. These two ladies are the nieces of our contributor and friend Dr Bikkers.
– The Secular Chronicle (4 augustus 1878), p. 58 via Google Books
De deelname van Hendrika wordt eveneens genoemd. Toch staan er in het bericht ook twee aanwijsbare fouten. Allereerst zijn aan de tentoonstelling in Leeuwarden geen prijzen verbonden, slechts een verloting. Ten tweede stelt de journalist dat Jacoba 17 jaar oud is. Ook dat klopt niet. Jacoba is immers 20 ten tijde van de expositie.
Een schilderes en een gouvernante

105 x 65 mm. Stadsarchief Rotterdam, 4031 collectie Portretten, P-004851. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Desalniettemin moet het om één en dezelfde kunstenares gaan. De naam van Jacoba wordt immers expliciet vermeld. Bovendien zijn Jacoba en Hendrika inderdaad nichtjes van Dr Bikkers die de journalist “our contributor and friend” noemt. Het gaat hier waarschijnlijk om Alexander Bikkers, dagbladcorrespondent in Londen. Hun moeder Antonia Alida Bikkers is namelijk een oudere zus van hem.[4]
Ten slotte benoemt de journalist van The Secular Chronicle dat Jacoba’s oudere zus recent een onderwijsgraad heeft behaald. Als het gezin De Graaff-Bikkers vanaf 1888 ingeschreven staat aan de Lage Oostzeedijk in Rotterdam, is vader commissionair, Jacoba kunstschilderes en Hendrika – abusievelijk Hendrina genoemd – gouvernante.[5] Dat wijst er inderdaad op dat Hendrika, met een taalkundig akte-examen op zak, kiest voor een loopbaan in het onderwijs.
Academie
Hendrika neemt na Leeuwarden geen deel meer aan tentoonstellingen, maar voor Jacoba geldt het tegenovergestelde. In hetzelfde jaar nog behaalt Jacoba een Lager Onderwijs Akte in tekenen, volgens De standaard (14 november 1878). Daarna begint ze met haar studie aan Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam. Daar krijgt ze tekenlessen van Van Eysden, anatomie van dr. Goddard, en boetseervakken van Eckhardt, volgens Het vaderland (2 augustus 1940).
Van 1880 tot 1883 krijgt ze bovendien lessen van schilders Henricus Joannes Melis en van Jozef Israëls, volgens Het vaderland (27 december 1932). Kunstenaarsbiograaf Pieter Scheen noemt daarnaast ook nog Johannes Bergsi als een van De Graaffs tekenleraren op de academie. Bovendien doet zij in deze tijd vriendschappen op met collega-kunstenaars, zoals met het echtpaar Mesdag-van Houten en schilder Kos Koolhaalder.[6]
Tentoonstellingen
Dan gaat het snel met De Graaffs artistieke carrière. Ze timmert immers hard aan de weg en de tentoonstellingen waaraan ze deelneemt, volgen elkaar in rap tempo op. Allereerst exposeert ze een stilleven van sleutelbloemen in Den Haag in 1881. Het leidt opnieuw tot aandacht in de Engelse pers:
Miss Jacoba de Graaff of Rotterdam whose Primula Veris was admired at the late Exhibition of Living Masters at the Hague engaged on a picture of English life for exhibition in this country.
– The Englishwoman’s Review of Social and Industrial Questions n.s. 12, nr. 101 (15 september 1881), p. 429 via Google Books.
De Engelse verslaggever wijst vooruit naar een tentoonstelling in Engeland, maar het is mij nog onduidelijk waar De Graaff haar “picture of English life” vervolgens exposeert.
In 1882 neemt De Graaff vervolgens deel aan drie verschillende tentoonstellingen. Allereerst stuurt ze haar Primula veris naar een tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen, gehouden in Amsterdam. Bovendien hangt een ander stilleven op een Rotterdamse tentoonstelling en ze exposeert tot slotte twee werken op de tentoonstelling van kunstenaarsgenootschap Maatschappij Arti et Amicitiae, wederom in Amsterdam.
Lof voor bloemen
Naar de genoemde tentoonstellingen stuurt de Graaff bloemen, portretten en landschappen. Toch zijn het vooral haar bloemschilderijen die geregeld op publieke waardering kunnen rekenen. The Englishwoman’s Review steekt al de loftrompet over De Graaffs Primula veris of sleutelbloemen. In 1888 schrijft bovendien een recensent in De Maasbode (22 juni 1888) dat Rozen en Seringen – twee afzonderlijke schilderijen op een tentoonstelling van De Kunstclub in Rotterdam – de naam van de schilderes “eervol ophouden”.
Een journalist schrijft naar aanleiding van de achtste tentoonstelling van schilderijen van kunstvereeniging Pictura in Zutphen bovendien:
Mejuffrouw Jacoba A. de Graaff vertegenwoordigt met hare Pioenrozen wel mede het beste, wat hier op het gebied van bloemstukken aanwezig is.
– ‘Tentoonstelling van Schilderijen’, Zutphensche courant (6 mei 1889) via Delpher
Het schilderij Narcissen op de Haagse salon in 1890 gooit eveneens hoge ogen. Een recensent van Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (29 mei 1890) noemt het hare dan zelfs in één adem met de schilderstukken van gevestigde bloemschilders als Geraldine van de Sande Backhuyzen, Margaretha Roosenboom en Adrienne van Hogendorp-s’Jacob. Deze drie vrouwen mogen ieder afzonderlijk als toonaangevend in het genre worden beschouwd. Het is dus een veelzeggend rijtje namen.
Neo-impressionisme
De Graaff beperkt zich echter niet tot bloemen. In 1916 geeft kunstcritica Albertine Draaijer-de Haas een beschouwing van het werk van Jacoba de Graaff voor De Haagsche vrouwenkroniek. Daarin beschrijft ze De Graaffs ontwikkeling als leerlinge in de manier van de Haagse school tot een kunstenares met een eigen stijl die Draaijer-de Haas onder de noemer “modern neo-impressionistisch” schaart:
Haar eerlijke zienswijze is wel eens niet bekoorlijk medegedeeld. En voor velen die vóór alles de uiterlijke bekoorlijkheid eeren, is dit ernstige, dikwijls knappe schilderwerk een verloren gave.
– Albertine Draaijer-de Haas in Haagsche vrouwenkroniek 1916, p. 2.
Daarbij, zo luidt het oordeel van de kunstcritica, heeft De Graaffs werk “de ondeugd van de deugd”. Daarmee bedoelt ze dat De Graaff niet schildert om te plezieren en dus geen geen bekoorlijkheid nastreeft, maar eerlijkheid ambieert.

Het kunstbeschouwelijke stuk in Haagsche vrouwenkroniek krijgt bovendien illustraties. De redactie kiest voor twee landschappen van De Graaff, beide met figuren op de voorgrond. Ook dat zijn immers thema’s waaraan de veelzijdige kunstenares zich geregeld waagt.
Teuntje in Zeeuws kostuum

Bovendien behoren portretten tot De Graaffs specialiteiten. Een portret van een meisje in Zeeuwse kledij, getiteld Teuntje, krijgt eveneens veel aandacht. Het schilderij wordt als reproductie opgenomen in het begeerde kerstnummer van de Haagsche Post in 1921.[7]
Daarbij blijft het niet. Het doek siert ook de publicatie La Hollande (1922). Het Franstalige boek over Nederland, gericht op een buitenlandse markt, is geïllustreerd met enkele lithografieën naar olieverfschilderijen, waaronder het doek Teuntje van Jacoba de Graaff. Daarin krijgt het trouwens de alternatieve titel Costume de Zélande.
Enkele jaren later komt het schilderij nog eens onder bredere aandacht. Dan wordt een detail van het schilderij namelijk nogmaals gereproduceerd in Algemeen Handelsblad (7 juli 1928), “met toestemming van de Haagsche Post”.
Landschappen
Haar reeds genoemd landschappen, met en zonder vee, schildert De Graaff in Drenthe, Overijssel, Brabant en op de Veluwe. Later schildert en tekent de kunstenares vooral in het Westland waar ze in 1932 ook naartoe verhuist. In Naaldwijk gaat ze dan wonen, samen met haar zus Hendrika, die inmiddels weduwe is.[8] Het vertrek van de inmiddels 75-jarige kunstenares uit Rotterdam brengt de pennen van journalisten in beweging, bijvoorbeeld in Het vaderland (27 december 1932). Voor deze nationale krant schrijft een Rotterdamse correspondent dat De Graaff “de stad waar zij geboren is en waar zij een menschenleeftijd heeft gewoond” gaat verlaten. “Niet om te rusten.”

Dat De Graaff op hoge leeftijd druk blijft schilderen en tekenen, blijkt wel enkele jaren later. In 1937 organiseert een groep Rotterdamse schilders immers een tentoonstelling in de Delftsche Poort ter gelegenheid van haar 80ste verjaardag.[9] De tentoonstelling en de kunstenares krijgen dan uitvoerig aandacht in de pers. Veel journalisten grijpen het initiatief aan om op De Graaffs lange carrière terug te blikken. Ook in het buitenland werden haar schilderijen gekocht, weet bijvoorbeeld een journalist van De Maasbode (22 september 1937). Daaraan voegt deze bovendien toe dat de 80-jarige nog dagelijks werkt.
Werklust
Ondanks haar hoge leeftijd is De Graaff klaarblijkelijk nog steeds als kunstenares actief. De expositie bevat dan ook zowel oud als nieuw werk. Vooruitziend naar de opening weet de voornoemde journalist van De Maasbode bovendien nog te vertellen:
Aanvankelijk portretschilderes, voelde zij zich later meer aangetrokken tot het landschap en de dieren; bloemen hadden echter steeds hare liefde, wat nog steeds het geval is.
Het lijkt echter vreemd om de jonge De Graaff vooral als portretschilderes te profileren. Vanaf de eerste groepstentoonstelling stuurt De Graaff immers vooral bloemen. Daarnaast stuurt ze ook af en toe stillevens, landschappen en inderdaad portretten. Die vinden we bijvoorbeeld op tentoonstellingen in Rotterdam 1885, Haarlem 1889, Amsterdam 1895 en Den Haag 1896. Omdat portretten vooral particuliere opdrachten zijn, vinden deze wellicht minder snel hun weg naar exposities.


Hoe dan ook, de kunstenares beperkt zich op geen enkel moment tot een of ander genre, maar bestrijkt vanaf het begin van haar professionele loopbaan een breed scala aan thema’s.
Feestelijke opening
De tentoonstelling in de Delftsche Poort wordt feestelijk geopend en kan op grote belangstelling rekenen volgens De Maasbode (26 september 1937). Onder andere de burgemeesters van Rotterdam en van Naaldwijk spreken de bejaarde schilderes toe.
De Graaff woont immers sedert enkele jaren in Naaldwijk, maar heeft daarvoor haar leven lang in Rotterdam doorgebracht. De Rotterdamse burgemeester is daar bovendien vanwege een persoonlijke geschiedenis met De Graaff. Met de overleden moeder van de Rotterdamse burgemeester Droogleever Fortuyn is De Graaff sinds haar academietijd bevriend geweest, weet de journalist van Rotterdamsch nieuwsblad (27 september 1937). Jacoba Gerarda Wolvekamp schilderde ook en had, net als De Graaff, les gekregen van Melis. Bij gebrek aan een eigen atelier mocht de jonge kunstenares zelfs dat van Wolvekamp delen.[10]

Behalve burgemeesters nemen collega-kunstenaars het woord bij de opening van de tentoonstelling. Onder hen zijn schilders Marius Richters, Johannes Tielens, Herman Bieling, Kees de Voogt, Bernard Canter en de eerder genoemde Koolhaalder die De Graaff sinds haar academietijd kent. Vooral prijzen aanwezigen de Graaffs hulpvaardigheid en haar belangeloze toewijding aan medekunstenaars. Richters noemt haar daarom de moeder der Rotterdamse schilders, schrijft een journalist:
Marius Richters schetste de veranderingen in het leven en de kunst sedert de jeugd van mej. De Graaff. Spr[eker] herinnerde eraan, hoe zij velen geholpen heeft in haar leven en aldus den eerenaam verdient van moeder der Rotterdamsche schilders.
– De Maasbode (26 september 1937) via Delpher
Behalve haar kunst krijgt dus ook haar inzet voor mede-kunstenaars aandacht. Ook Bieling benoemt De Graaffs goede hart, memoreert een journalist in Rotterdamsch nieuwsblad (27 september 1937).
Zorg voor kunstenaars
Vooral de zorg en aandacht voor medekunstenaars komt veelvuldig aan bod tijdens de toespraken. Die zorg blijkt ook wel uit alle organisaties, comités en commissies waarin De Graaff zitting heeft of heeft gehad. Als bijvoorbeeld in 1897 in Rotterdam een plaatselijk comité voor de nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid wordt opgericht, neemt De Graaff de afdeling Beeldende Kunst voor haar rekening, volgens Het vaderland (9 april 1897).Ook zit ze in het bestuur van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken. Als zodanig laat de Graaff zich in 1914 fotograferen met de overige bestuursleden.

In datzelfde jaar besluiten Rotterdamse kunstenaars bovendien tijdens een algemene vergadering tot de oprichting van vereniging onder de naam Beeldende Kunstenaars te Rotterdam. Ook De Graaff treedt toe.[11] Wanneer de kunstenaarsvereniging De Rotterdammers een raad opricht die voor de belangen van beeldend kunstenaars opkomt, neemt de schilderes ook daarin zitting, met eerder genoemde vriend en collega-kunstenaar Canter.[12]
Wegens succes
Niet alleen de opening van de tentoonstelling in de Delftsche Poort wordt gretig bezocht, ook de tentoonstelling zelf kent een grote toeloop. Zoveel blijkt ten minste als de expositie van De Graaffs werk wegens succes nog met een week wordt verlengd, volgens De Maasbode (11 oktober 1937). In januari 1938 stelt Jacoba nog eenmaal tentoon, in de kunstzalen van de gebroeders Koch te Den Haag volgens Haagsche courant (28 december 1937). Ook die tentoonstelling wordt met twee weken verlengd, meldt dezelfde krant op 27 januari 1938.

Hendrika overlijdt in 1939, Jacoba het jaar daarna.[13] De dood van de Rotterdamse schilderes krijgt aandacht in verschillende lokale kranten zoals De Maasbode (1 augustus 1940) en Haagsche courant (2 augustus 1940), en ook in de nationale pers. Het bericht van haar overlijden wordt onder andere gedeeld in Algemeen handelsblad (2 augustus 1940), De Nederlander (2 augustus 1940) en Het vaderland (2 augustus 1940). De Graaff wordt vervolgens onder grote belangstelling begraven. Dat lezen we ten minste in verschillende kranten, zoals Haagsche courant (5 augustus 1940).
Schapen
Na De Graaffs dood wordt haar grote kunstcollectie, met schilderijen en etsen als ook werk van bevriende kunstenaars in haar bezit geveild. De opbrengst gaat naar verenigingen voor hulpbehoevende blinden volgens Rotterdamsch nieuwsblad (25 juni 1941). De hoogste bedrag levert een doek met lathyrus, een bloemenschilderij dus. Dat is het genre waarmee De Graaff vanaf haar vroegste begin als kunstenares het meeste succes boekt.
Alleen bij het zien van alle doeken met schaapjes verzucht een journalist die de veiling bijwoont:
Alleen voor schaapjes zonk de belangstelling, want er waren er zóóveel…
Het lijkt een paradox: de kwaliteit van De Graaffs werk raakt ondergesneeuwd door het eenzijdige aanbod, terwijl de loopbaan van Jacoba de Graaff zich aanvankelijk kenmerkt doordat haar veelzijdigheid.
Schenkingen
Enkele musea bezitten heden ten dage nog werk van Jacoba de Graaff. Het werk in openbare collecties betreft bovenal grafisch werk. Door aankoop in 1911 verwerven zowel Rijksmuseum als Museum Boijmans bijvoorbeeld enkele etsen.[14] Kort daarop schenkt De Graaff enkele etsen aan het Rijksmuseum.[15] In 1925 schenkt ze vervolgens aan Museum Boijmans etsplaten in verschillende staten “als aanvulling van haar reeds aanwezig werk” volgens De Maasbode (12 november 1925).
Bovendien schaft het Museum Boijmans uit de nalatenschap van De Graaff een berglandschap met waterval aan, waarvan gedacht wordt dat het van de Franse kunstenaar Gustave Courbet is, al is daar nu twijfel over.[16]

Ook enkele kleinere musea hebben werk van De Graaff in hun collecties. Het Westlands Museum krijgt dat als De Graaff nog in leven is: “Het gemeente-museum te Naaldwijk bezit verschillende bekende werken van haar hand”, melden immers journalisten in Haagsche courant (5 augustus 1940) en Nederlandsch Dagblad (5 augustus 1940).

Ook Drents Museum bezit een ets met schapen. De Instituut Collectie Nederland tot slot bezit twee olieverfschilderijen van de Graaff, een bloemstuk en een portret, die samen gelukkig enig tegenwicht bieden aan de grote hoeveelheid grafisch werk in de eerder genoemde museale collecties.[17] Daaruit blijkt tenminste dat De Graaffs oeuvre meer omvat dan (geëtste) landschappen en stalinterieurs met schapen. Bloemen, portretten en stillevens behoren zeker ook tot haar geprezen repertoire.
Veelzijdigheid
De tentoonstelling in Leeuwarden in 1878 markeert het begin van Jacoba’s loopbaan als kunstenares. Dat geldt overigens ook niet voor haar zus Hendrika die immers eveneens in Leeuwarden exposeert. De schrijver van de uitvoerige necrologie over Jacoba de Graaff in De Maasbode memoreert hoe haar vader de twee zussen interesseert voor beeldende kunst en hen meeneemt op museumbezoeken. Hendrika kiest echter voor een loopbaan in het onderwijs, Jacoba legt zich volledig en gepassioneerd toe op de kunst. Voor haar is de tentoonstelling in Leeuwarden de start van een lange loopbaan die voortduurt tot haar dood in 1940.
In die periode bestrijkt De Graaff een breed scala aan thema’s. Ze schildert portretten, landschappen en interieurs, dorpsgezichten en stillevens, bloemen, dieren en figuurvoorstellingen. Bovendien bekwaamt ze zich in verschillende technieken, waaronder het etsen. Haar veelzijdigheid combineert De Graaff bovendien met een enorme werklust en sociale betrokkenheid.
Pas in latere jaren gaat De Graaff zich meer toeleggen op landschappen en stalinterieurs, vooral met schapen. Kunsthistoricus Albert Plasschaert schrijft daarom in 1923: “Ze schildert buiten (Kralingen, Heeze, Otterloo, Nunspeet, Elspeet etc.) meest landschap met vee.”[18] Het doet ook de genoemde journalist bij de veiling van haar nalatenschap verzuchten dat er zich wel heel veel schaapjes in haar nalatenschap bevinden. Om De Graaff daarop af te rekenen, zou de polyvalente kunstenares te kort doen. Immers, waar ze mee eindigt, definieert haar lange carrière niet. Haar veelzijdigheid en haar enorme productiviteit over een periode van ruim 60 jaar zijn inmiddels aan een herwaardering toe.
Tentoonstellingen
Lijsten met Jacoba’s tentoonstellingen staan online. Scheen noemt tentoonstellingen tussen 1881 en 1903 en geen enkele daarvoor, ook niet die in Leeuwarden in 1878, of na 1903. Een lange lijst van De Graaffs tentoonstellingen is ook te vinden op Art Index, maar de meeste van de daar genoemde dateren pas van ná 1917. Beide overzichten zijn dus verre van volledig. Bovendien noemt Art Index – gebaseerd op website van het Stedelijk Museum – abusievelijk enkele tentoonstellingen waaraan een beeldhouwer met de naam Jacobus de Graaff (1876-1936) deelneemt, in 1918, 1919 en 1921. De afgekorte vorm “Jac de Graaff” leidde tot verwarring, maar het gaat uiteraard om iemand anders.
Om het vertekende beeld te nuanceren, heb ik de tentoonstellingen, genoemd in Scheens lexicon en Art Index, samengevoegd, gecorrigeerd en verder aangevuld met informatie uit contemporaine catalogi en kranten. Het resultaat, dat overigens nog steeds niet compleet is, staat hieronder.
Leeuwarden 1878: Tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd, 4 juni [recensie in Leeuwarder courant (12 juli 1878), p. 10 via Delpher]
- “Teekening” (nr. 47)
- “Dito” (nr. 48)
Amsterdam 1878: Tentoonstelling van het Vaderlandsch Album aangeboden ter welkomstgroet van H.K.H. Prinses Hendrik der Nederlanden te Soestdijk, in de lokalen van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap ‘Natura Artis Magistra’, 16 – 23 december
- “‘Stadsgezigt’, naar J. Bosboom (teekening)” (nr. 36)
_ 1879: Tentoonstelling van het Vaderlandsch Album, ter welkomstgroet van H.M. de Koningin der Nederlanden, te Amsterdam, op den 22sten April 1879, aangeboden, in een der zalen der Diergaarde, februari – maart – april
- “Binnenhuis (naar Stroebel)”
Den Haag 1881: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Primula Veris” (nr. 111)
Amsterdam 1882: Tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen vervaardigd, in de kunstzaal van het Panorama-gebouw, Plantage tegenover Artis
- “Primula Veris” (nr. 33)
Rotterdam 1882: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken
- “Stilleven ‘Sapientia'” (nr. 114)
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1882: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, november
- “Stilleven” (nr. 69)
- “Na de bui. Landschap” (nr. 70)
Amsterdam 1883: Internationale tentoonstelling, afdeeling schoone kunsten [recensie in Rotterdamsch nieuwsblad (2 mei 1883), p. 1 via Delpher]
- “Na de bui” (nr. 67)
Groningen 1883: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters
- “Stilleven” (nr. 97)
Den Haag 1884: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Bonte Azalea’s” (nr. 130)
- “Stilleven” (nr. 131)
Rotterdam 1885: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken [recensies in Rotterdamsch nieuwsblad (10 juni 1885), p. 1 via Delpher en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (25 juni 1885), p. 7 via Delpher]
- “Dames portret” (nr. 139)
- “Landschap. Na den regen” (nr. 140)
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1886a: Tentoonstelling van de kunstwerken, geschonken aan het ondersteuningsfonds, opgericht door het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, 14 februari
- “Zonsondergang in de omstreken van Kralingen” (nr. 104)
_ , _ , 1886b: Tentoonstelling van teekeningen van levende meesters, oktober
- “Eenvoud” (nr. 46)
Den Haag 1887: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Bedeljongen” (nr. 124)
- “Hengelaars aan den Kralingschen plas” (nr. 125)
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1887: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, oktober
- “In de kerk” (nr. 59)
Rotterdam 1888: Tentoonstelling in de Kunstclub aan de Gelderschekade [volgens De Maasbode (22 juni 1888), p. 2 via Delpher]
- “Rozen”
- “Seringen”
_ 1888: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken [recensie in Het vaderland (7 juni 1888 via Delpher]
- “Nog even wachten Does” (nr. 129)
- “Sneeuwballen” (nr. 128) [verkocht volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (7 juni 1888), p. 2 via Delpher]
_, Irene, 1888: Schilderijententoonstelling van de Lucas-Confrèrie in Irene aan de Van Oldenbarneveltstraat [recensie in Rotterdamsch nieuwsblad (24 december 1888), p. 2 via Delpher]
- “teekeningen en aquarellen” waaronder werk van De Graaff
Haarlem 1889: Kunstbeschouwing van Teekencollege ‘Kunst Zij Ons Doel’ [recensie in Haarlem’s Dagblad (1 maart 1889), p. 1 via Noord-Hollands Archief]
- “jongenskop”
Amsterdam 1889: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Rozen” (nr. 142)
- “Rozen en violen” (nr. 143)
Zutphen 1889: Achtste tentoonstelling van schilderijen van kunstvereeniging Pictura, 28 april – 26 mei [volgens Zutphensche courant (6 mei 1889) via Delpher en ‘Meiweek in het Noorden’, Het vaderland (11 juni 1889) via Delpher]
- “Pioenrozen”
- “Nog te heet”
Groningen 1889: Tentoonstelling van schilderijen van schilderijen van levende Nederlandsche meesters
- “Rozen” (nr. 74)
- “Seringen” (nr. 75)
Den Haag 1890: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (29 mei 1890), p. 5 via Delpher]
- “Narcissen” (nr. 139)
- “Mei” (nr. 140)
Rotterdam 1890: Tentoonstelling van schilderijen, aquarellen en schetsen, vervaardigd door de leden van de Lucas-Confrèrie [recensie in De Maasbode (22 juni 1890), p. 2 via Delpher]
- “bloemen”
_ 1891: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken
- “Rozen (Gloire de Dyon)” (nr. 138)
- “Tulpen” (nr. 139)
Parijs 1891: Tentoonstelling in de Champs Elysées van wege de Rotterdamsche Kunstclub, 1 december [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (27 november 1891), p. 5 via Delpher en De tijd (1 december 1891), p. 2 via Delpher]
- “7 stukken”
Amsterdam 1892: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Rozen (Gloire de Dijon)” (nr. 131)
Den Haag 1893: Tentoonstelling en wedstrijd van kunstbloemen en kunstvruchten, schilderijen en aquarellen van bloemen en vruchten, uitgeschreven door het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap [recensie van K. in Sempervirens 22, nr. 11 (1893), p. 117 via Google Books]
- “Schilderij rozen”
_ 1893: Tentoonstelling van kunstwerken [recensie van G. in De Nederlandsche spectator, nr. 33 (1893), p. 264 via Google Books]
- “Anemonen” (nr. 129)
- “Seringen” (nr. 130)
Rotterdam 1894: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken
- “Landschap, Hillegersberg” (nr. 144)
- “Lezen” (nr. 145)
Amsterdam 1895: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Studiekop (Gertrude)” (nr. 126)
Den Haag 1896: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Portret” (nr. 96)
Rotterdam, Oldenzeel, 1896: Tentoonstelling [volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (17 november 1896), p. 6 via Delpher]
- “bloemen”
Den Haag, M.L. Delboy, 1896: Tentoonstelling [volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (1 december 1896), p. 6 via Delpher]
- “de Wever”
Rotterdam, Oldenzeel, 1897: Tentoonstelling [volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (1 april 1897), p. 2 via Delpher]
- “fraaie interieurs” [volgens De telegraaf (29 maart 1897), p. 3 via Delpher]
Dordrecht 1897: Nationale tentoonstelling van nijverheid en kunst, juni – augustus
- “Twee schilderijen” (nr. 227) [“eervolle vermelding” volgens o.a. Rotterdamsch nieuwsblad (17 augustus 1897), p. 1 via Delpher]
Den Haag 1898: Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid
- “Pap-eten” (nr. 21)
Rotterdam 1898: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken
- “Hanneke (Spoelster)” (nr. 117)
- “Portret van Mevr. L. de G.” (nr. 118)
Den Haag 1900: Tentoonstelling van de Haagsche Kunstkring, voorafgaand aan een veiling [volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (1 september 1900), p. 4 via Delpher]
- “jacht op eenden”
Amsterdam, Sint Lucas, 1902: Tentoonstelling van kunstwerken, vervaardigd door leden [recensie in De telegraaf (12 mei 1902), p. 3 via Delpher]
- onbekend
Scheveningen 1902: Exposition internationale de peintures, sculptures et autres œuvres d’art, offertes par des artistes du monde entier pour la Loterie Internationale en faveur des veuves, orphelins et autres indigents Boers
- “Peinture ‘Fleurs’ (des roses)” (nr. 93)
Amsterdam 1903: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “In de kooi” (nr. 157)
Naaldwijk 1903: Tentoonstelling van tuin- en akkerbouw van de afd. Westland der Hollandsche Maatschappij van Landbouw [volgens Het nieuws van den dag (11 september 1903), p. 2 via Delpher en Westlandsche courant (12 september 1903), p. 2 via Delpher]
- “een reeks van 24 stukken … meest aquarellen”
Batavia (nu: Jakarta) 1909: Tentoonstelling van de Ned.-Indische Kunstkring [volgens De locomotief (15 april 1909), p. 2 via Delpher]
- onbekend
Rotterdam 1910: Tentoonstelling ‘Het dier in de beeldende Kunst’ van de Rotterdamse Kunstkring, 17 december [aankondiging in Nieuwe Rotterdamsche courant (16 december 1910), p. 10 via Delpher]
- onbekend
Medan 1912: Tentoonstelling van den Delischen Kunstkring, 23 oktober [volgens De Sumatra post (19 oktober 1912), p. 10 via Delpher en Deli courant (21 oktober 1912), p. 2 via Delpher]
- onbekend
Amsterdam 1913: Tentoonstelling “De Vrouw” 1813-1913, afdeeling Beeldende Kunsten, mei – oktober
- “Bloemstuk” (nr. 62)
- “Plas (ets)” (nr. 232)
- “Hooikoppers” (nr. 233)
- “Huisje” (nr. 234)
Amsterdam 1914: De 3de Internationale Jury-Vrije Tentoonstelling. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars, mei – juni
- “Tulpen en seringen (nr. 183)
- “Drentsch landschap met koeien” (nr. 184)
- “Chrysanten” (nr. 185)
- “Hooihoppers” (nr. 186)
- “Drentsche hoeve” (nr. 187)
Rotterdam, Kunsthandel D. Vaarties, 1914: Tentoonstelling van het werken door Jacoba A. de Graaff [volgens o.a. Rotterdamsch nieuwsblad (3 maart 1914), p. 2 via Delpher en De nieuwe courant (7 maart 1914), p. 3 via Delpher]
- “werken”
Apeldoorn, Minderman, 1914: Maand-expositie [recensie in Apeldoornsche courant (6 juni 1914), p. 5 via Delpher]
- “een meisje met een koe”
- “een vrouwtje bij een spinnenwiel”
Rotterdam, De Onafhankelijken, 1914: Tentoonstelling van de leden [recensie in De kunst: een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad 7, nr. 359 (1914/1915), p. 1 via Delpher]
- “schapen”
Den Haag, Kunsthandel Biesing, 1916: Tentoonstelling van schilderijen, etsen en schetsen van Jacoba A. de Graaff, juli – augustus [aankondiging in o.a. Het vaderland (10 juli 1916) via Delpher]
- “schilderijen, etsen en schetsen”
Rotterdam 1917: Expositie van het werk van Jacoba A. de Graaff, door de Rotterdamsche Kunstkring [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (7 december 1917), p. 2 via Delpher]
- onbekend
Amsterdam, Sint Lucas, 1917: Tentoonstelling van teekeningen, aquarellen, pastellen, wit en zwart, grafische werken, beeldhouwwerk, benevens een afzonderlijke afdeeling “Het dier”, door de leden der vereeniging
- onbekend
Rotterdam, Kunstzaal Glashaven, 1917: Tentoonstelling van schilderijen, schetsen en etsen, half oktober – half november [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (15 oktober 1917), p. 4. via Delpher]
- onbekend
_ , De Rotterdammers en De Rotterdamse X, 1918: Tentoonstelling, georganiseerd door de Rotterdamse Kunstkring [volgens Algemeen Handelsblad (10 april 1918), p. 7 via Delpher]
- “Rhododendrons”
- “Landschap”
Amsterdam, Sint Lucas, 1918a: Zeven en twintigste jaarlijksche tentoonstelling
- onbekend
_ , _ , 1918b: Tentoonstelling van werk van de leden, 8 – 31 december
- onbekend
Amsterdam 1919: Tentoonstelling voor het Nationaal Zeemansfonds, 23 februari – 16 maart
- onbekend
Rotterdam, De Rotterdammers, 1919: Tentoonstelling van haar leden in de Academie [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (22 april 1919), p. 2 via Delpher]
- onbekend
Amsterdam, Sint Lucas, 1919: Acht en twintigste jaarlijksche tentoonstelling
- onbekend
_ , De Onafhankelijken, 1919: XIIIe tentoonstelling, 6 september – 12 oktober
- onbekend
_ , Sint Lucas, 1920: Negen en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der vereeniging
- onbekend
_ , De Onafhankelijken, 1920: XIVe expositie in Pulchri, juni [volgens Art Index]
- onbekend
_ , _ , 1921: XVIe tentoonstelling, 5 februari – 6 maart
- onbekend
_ , _ , 1922: Jubileumtentoonstelling, september
- onbekend
Rotterdam, De Rotterdammers, 1923: Groepstentoonstelling, olieverfschilderijen uitgesloten [recensie in Rotterdamsch nieuwsblad (7 april 1923), p. 2 via Delpher]
- onbekend
Rotterdam 1923: Tentoonstelling van werken van Gesina Bouvé, Jacoba De Graaff en J.A. Herfst, georganiseerd door ver. v.B.K. De Rotterdammers, 28 april [aankondiging in Rotterdamsch nieuwsblad (27 april 1923), p. 5 via Delpher; recensie in Rotterdamsch nieuwsblad (28 april 1923), p. 10 via Delpher]
- “werken”
_ , De Rotterdammers, 1923: Zomertentoonstelling [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (14 juli 1923), p. 3 via Delpher]
- onbekend
_ , _ , 1924: Herdenkingstentoonstelling [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (29 maart 1924), p. 1 via Delpher]
- “schilderijen”
_ , _ , 1924: Tweede algemeene tentoonstelling [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (13 mei 1924), p. 5 via Delpher]
- onbekend
_ , De Onafhankelijken, 1925: Tentoonstelling van de leden in het Academie-gebouw [volgens Rotterdamsch nieuwsblad (11 mei 1925), p. 3 via Delpher]
- onbekend
_ , Kunsthandel Van Eyck, 1932-1933: Tentoonstelling van schilderijen van Jacoba de Graaff, 25 december – 15 januari [aankondiging in Rotterdamsch nieuwsblad (22 december 1932), p. 21 via Delpher; advertenties in Rotterdamsch nieuwsblad (24 december 1932), p. 16 via Delpher en Het vaderland (27 december 2932), p. 9 via Delpher].
- “schilderijen”
_ , Delftsche Poort, 1937: Tentoonstelling van schilderijen van Jacoba A. de Graaff ter ere van haar 80ste verjaardag, 25 september – 10 oktober [advertentie in De Maasbode (25 september 1937), p. 12 via Delpher]
- “schilderijen”
Den Haag, Kunstzalen Gebroeders Koch, 1938: Tentoonstelling van werken van Jacoba A. de Graaff, 5 – 29 januari, verlengd tot 12 februari [aankondiging in Haagsche courant (28 december 1937) via Delpher en Haagsche courant (27 januari 1938), p. 7 via Delpher]
- “werken”
Literatuur
Hieronder volgen de catalogi op basis waarvan ik het voorgaande tentoonstellingsoverzicht heb samengesteld. De tentoonstellingscatalogi zijn te vinden op de websites van het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, de bibliotheekcatalogus van het Stedelijk Museum en op Google Books.
Catalogi
- Cat. Amsterdam 1878. Het vaderlandsch album, ter welkomstgroet van H.K.H. Prinses Hendrik der Nederlanden, te Soestdijk, op den 2den October 1878 aangeboden (Amsterdam: Van Bonga), p. 9. [Google Books]
- Cat. Amsterdam 1879. Het vaderlandsch album, ter welkomstgroet van H.M. de Koningin der Nederlanden, te Amsterdam, op den 22sten April 1879, aangeboden (Amsterdam: Van Bonga), p. 13. [Google Books]
- Cat. Amsterdam 1882. Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen vervaardigd, in de kunstzaal van het Panorama-gebouw, Plantage tegenover Artis (Amsterdam: Roeloffzen & Hübner), p. 6. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1883. Geïllustreerde officiëele catalogus der afdeeling schoone kunsten van de internationale tentoonstelling te Amsterdam. bevattende ongeveer 200 reproductien van de oorspronkelijke teekeningen der kunstenaars, uitgegeven onder directie van F. G. Dumas (Parijs: L. Baschet / Amsterdam: L. van Bakkenes & Co / Parijs: K. Nilsson), p. 18. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1889. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1889 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 16. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1892. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1892 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 13. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1895. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1895 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 11. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1903. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1903 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 16. [internet archive en RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1913. Tentoonstelling “De Vrouw” 1813-1913. Afdeeling Beeldende Kunsten (Amsterdam), p. 7 en 15. [Atria]
- Cat. Amsterdam 1919. Catalogus van de collectieve bijdrage der Nederlandsche beeldende kunstenaars aan “Het Nationaal Zeemansfonds” (Amsterdam: Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1882. Catalogus van de Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 8. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1886a. Catalogus van de kunstwerken, geschonken aan het ondersteuningsfonds, opgericht door het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, tentoongesteld in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae. 14 Februari 1886 (Amsterdam), p. 11. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1886b. Tentoonstelling van Teekeningen van levende meesters. October 1886 (Amsterdam: Erven H van Munster & Zoon), p. 9. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1887. Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters. October 1887 (Amsterdam: erven van H. Munster & zoon). p. 10. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam, De Onafhankelijken, 1919. Catalogus voor de dertiende tentoonstelling van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars “De Onafhankelijken” (Amsterdam: Stedelijk Museum) [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, De Onafhankelijken, 1921. De Onafhankelijken: XVIe tentoonstelling (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, De Onafhankelijken, 1922. De Onafhankelijken (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, Sint Lucas, 1917. Tentoonstelling van teekeningen, aquarellen, pastellen, wit en zwart, grafische werken, beeldhouwwerk, benevens een afzonderlijke afdeeling “Het dier”, door de leden der vereeniging (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, Sint Lucas, 1918a. Zeven en twintigste jaarlijksche tentoonstelling: tentoonstelling van schilderijen, grafische werken en beeldhouwwerken door leden der vereeniging (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, Sint Lucas, 1918b. Tentoonstelling van aquarellen, teekeningen, pastellen, wit en zwart, grafische werken, beeldhouwwerken en een afzonderlijke afdeeling zelfportret door leden der vereeniging (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, Sint Lucas, 1919. Acht en twintigste jaarlijksche tentoonstelling (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Amsterdam, Sint Lucas, 1920. Negen en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der vereeniging (Amsterdam, Stedelijk Museum). [Stedelijk Museum]
- Cat. Den Haag 1881. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage 1881 (Den Haag: W. Carpentier), p. 15. [RKD Library en Google Books]
- Cat. Den Haag 1884. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s-Gravenhage, 1884 (Den Haag: Mouton & Co), p. 16. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1887. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s-Gravenhage 1887 (Den Haag: Mouton & Co), p. 15. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1890. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ‘s-Gravenhage 1890 (Den Haag: Mouton & Co), p. 15. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1893. Tentoonstelling van kunstwerken. ’s-Gravenhage 1893 (Den Haag: Mouton & Co), p. 14. [Google Books en RKD Library]
- Cat. Den Haag 1896. Lijst van kunstwerken van levende meesters te ’s-Gravenhage, 1896 (Den Haag: Mouton & Co), p. 12. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1898. Nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid te ’s-Gravenhage juli-september 1898. Catalogus: Beeldende kunsten (Den Haag: Mouton & Co), p. 7. [Atria]
- Cat. Dordrecht 1892. Officieele catalogus der tentoonstelling van oude en nieuwe kunstnijverheid te houden door de Vereeniging Vak en Kunst in Kunstmin te Dordrecht 1892 (Dordrecht: H.R. van Elk), p. 45. [Google Books]
- Cat. Groningen 1883. Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap Pictura, te Groningen (Groningen: J.B. Wolters), p. 10. [RKD Library]
- Cat. Groningen 1889. Lijst van schilderijen van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, op de tentoonstelling van wege het genootschap Pictura, te Groningen (Groningen: J.B. Wolters), p. 11. [RKD library]
- Cat. Leeuwarden 1878. Catalogus der tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd, te houden te Leeuwarden, in den Zomer van 1878 (Leeuwarden: J.R. Miedema), p. 83. [Google Books]
- Cat. Rotterdam 1882. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1882 ([Rotterdam]), p. 13. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1885. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1885 ([Rotterdam]), p. 15. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1888. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1888 ([Rotterdam]), p. 15. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1891. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1891 ([Rotterdam]), p. 15. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1894, Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1894 (Rotterdam: Stefanus Mostert & Zonen), p. 16. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1898, Catalogus der Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1898 (Rotterdam: Stefanus Mostert & Zonen), p. 15. [RKD Library]
- Cat. Scheveningen 1902. Exposition internationale à Schéveningue: catalogue de peintures, sculptures et autres œuvres d’art, offertes par des artistes du monde entier pour la Loterie Internationale en faveur des veuves, orphelins et autres indigents Boers (Den Haag: M. v.d. Beek’s Hof-Boekhandel), p. 85. [Delpher]
Overig
- Het gulden boek voor de tuberculeuse kinderen (Rotterdam: W.L. & J. Brusse | Vereeniging tot Bestrijding der Tuberculose, 1908), p. 50. [Delpher]
- Albertine Draayer-de Haas, ‘Kunst: Jacoba A. de Graaff’, De Haagsche vrouwenkroniek 3, nr. 28 (15 juli 1916), p. 2. [Delpher]
- Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981), p. 173-174.
- Den Haag, Rijksdienst Beeldende Kunst, Old Master Paintings. An Illustrated Summary Catalogue (Zwolle: Wbooks, 1992), p. 111, nrs 848-849.
- Norbert Hostyn en Willem Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880 (Knokke-Zoute: Berko, 1995), p. 197.
- Jean-Marie Duvosquel en Philippe Cruysmans, Dictionaire van Belgische en Hollandse dierenschilders geboren tussen 1750 en 1880 (Knokke-Zoute: Berko, 1998), p. 255.
- Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thoth, 2012), p. 128.
- Denis Laoureux, Le Cercle des femmes peintres, 1888 – 1893 & Kikie Crêvecoeur (2024).
- Uta Römer, ‘Jacoba A. de Graaf’, in Allgemeines Künstlerlexikon – Internationale Künstlerdatenbank – Online, red. Andreas Beyer, Bénédicte Savoy en Wolf Tegethoff (Berlijn en New York: K.G. Saur, 2021). [De Gruyter]
Noten
[1] Peter Karstkarel, ‘Gerharda Henriëtte Matthijssen en de eerste tentoonstelling van kunst en nijverheid door vrouwen (1878)’, De Vrije Fries 68 (1988), p. 85-92. Voor de tentoonstelling, zie ook Klarenbeek 2012, p. 116-119.
[2] Voor de geboorteakte van Hendrika, zie Stadsarchief Rotterdam, BS Geboorte Burgerlijke Stand Rotterdam, geboorteakten, Rotterdam, archief 999-01, inventarisnummer 1855D, 1855, Nadere toegang op het geboorteregister van de gemeente Rotterdam, aktenummer 1855.2708, folio d196v [Stadsarchief Rotterdam].
[3] Stadsarchief Rotterdam, BS Geboorte Burgerlijke Stand Rotterdam, geboorteakten, Rotterdam, archief 999-01, inv.nr. 1857E, aktenr. 1857e.3026, folio e055v [Stadsarchief Rotterdam]. Zie ook Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 32, 1850-1862, Bevolkingsregister, Wijk 5 Nr. 1224-1462 (2), 1850 – 1862, aktenr. 80 [Stadsarchief Rotterdam] en Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 478, 1880, Bevolkingsregister, Register 3 A, gezinshoofden Duq-Hag, aktenr. 173 [Stadsarchief Rotterdam].
[4] Stadsarchief Rotterdam te Rotterdam, Bevolkingsregister Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 32, 1850-1862, Bevolkingsregister, Wijk 5 Nr. 1224-1462 (2), 1850 – 1862, aktenr. 80 [Stadsarchief Rotterdam].
Op zijn overlijdensakte d.d. 1887 wordt de moeder van Alexander Bikkers Johanna Alida van Wingerden genoemd in plaats van Jacoba van Wijngaarden. Zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Overlijden Stadsarchief van Leiden, Deel: 5008, Periode: 1887, Leiden, archief 0516, inv.nr. 5008, aktenr. 210: 12 maart 1887 [Erfgoed Leiden en omstreken].
[5] Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 416, 1880, Bevolkingsregister, Gezinshoofden G, aktenr. 25 [Stadsarchief Rotterdam]. Zie ook cat. Amsterdam 1895, p. 11.
[6] Scheen 1981, p. 173-174. De vriendschap met Koolhaalder wordt genoemd in Rotterdamsch nieuwsblad (27 september 1937), p. 17 [Delpher], die met Mesdag en Van Houten in Het vaderland (27 december 1932), p. 9 [Delpher].
Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 851-157, 1880, Gezinskaarten Rotterdam, Graaff – Granzow, 1880-1940, aktenr. 165911 [Stadsarchief Rotterdam]. Zie voor de verhuizing naar Naaldwijk ook Rotterdamsch nieuwsblad (22 december 1932), p. 21 [Delpher] en vooral Het vaderland (27 december 1932), p. 1 [Delpher].
[7] Voor beschrijving van dit kerstnummer, zie Grafisch weekblad 16, nr. 47 (23 november 1921), p. 4 [Delpher].
[8] Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 851-157, 1880, Gezinskaarten Rotterdam, Graaff – Granzow, 1880-1940, aktenr. 165911 [Stadsarchief Rotterdam].
[9] Voor affiche met de aankondiging van de tentoonstelling in de Delftsche Poort, zie Stadarchief Rotterdam, archief 4006 Collectie Affiches, 1895, II-0000-0064 [Stadarchief Rotterdam].
[10] Zie De Maasbode (1 augustus 1940), p. 6 [Delpher].
[11] De kunst: een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad 6, nr. 321 (1914), p. 390 [Delpher].
[12] o.a. Nieuwe Rotterdamsche courant (24 juli 1920), p. 2 [Delpher] en De tijd (24 juli 1920), p. 3 [Delpher]
[13] Hendrika: Historisch Archief Westland te Naaldwijk, BS Overlijden Naaldwijk, aktenr. 81 [Historisch Archief Westland] en Jacoba: Historisch Archief Westland te Naaldwijk, BS Overlijden Naaldwijk, aktenr. 67 [Historische Archief Westland].
[14] Voor de verwervingen van Museum Boijmans, zie achtereenvolgens Museum Boijmans, Verslag van het Museum Boymans te Rotterdam over het jaar1911 (Rotterdam: z.uitg., 1911), p. 5 [Delpher]; id., Verslag omtrent den toestand en de aanwinsten van het Museum Boijmans over het jaar 1925 (Rotterdam: z.uitg., 1925), p. 5 [Delpher]. Hier dank ik Bram Donders die zo vriendelijk was om me aanvullende materiaal uit het archief van Museum Boijmans te sturen.
[15] Het Rijksmuseum koopt enkele etsen: RP-P-1911-630, RP-P-1911-631 en RP-P-1911-632. De Graaff schenkt vervolgens vijf etsen aan het museum, namelijk RP-P-1911-673, RP-P-1911-674, RP-P-1911-675, RP-P-1911-676 en RP-P-1911-677.
[16] Museum Boymans en Historisch Museum der Stad Rotterdam: Jaarverslag 1941-1942-1943 (Rotterdam: z.uitg., 1943), p. 5 [Delpher].
[17] Den Haag Rijksdienst 1992, p. 111, nrs 848-849.
[18] Albert Plasschaert, Korte geschiedenis der Hollandsche schilderkunst: van af de Haagsche School tot op den tegenwoordigen tijd (Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1923), p. 170 [Delpher].
Wat een fijn en gedegen essay. Veel en er toe doende informatie. Dank !